ECLI:NL:HR:2022:1147
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt uitspraak over vennootschapsbelasting aanslag 2009 en beschikking 2010
Belanghebbende, een B.V., was in geschil met de Staatssecretaris van Financiën over de aanslag vennootschapsbelasting voor het jaar 2009 en een beschikking voor het jaar 2010. Na een uitspraak van de Rechtbank Noord-Holland werd hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof Amsterdam. Dit hof deed op 18 augustus 2020 uitspraak in de zaak.
Belanghebbende stelde vervolgens beroep in cassatie in bij de Hoge Raad tegen het arrest van het hof, met verschillende klachten tegen de uitspraak. De Hoge Raad heeft deze klachten beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest. De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om nadere motivering te geven, omdat de klachten niet van belang waren voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.
De Hoge Raad zag geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen en verklaarde het cassatieberoep ongegrond. Hiermee werd het arrest van het Gerechtshof Amsterdam bekrachtigd, waarmee de aanslag en beschikking ongewijzigd bleven.
Uitkomst: Het cassatieberoep van belanghebbende is ongegrond verklaard en het arrest van het Gerechtshof Amsterdam is bekrachtigd.