ECLI:NL:HR:2022:1148
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens niet betaling griffierecht
Belanghebbende, een B.V., heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van de Rechtbank Gelderland inzake een belastinggeschil. De Hoge Raad heeft belanghebbende bij aangetekende brief gewezen op de verplichting tot betaling van griffierecht binnen vier weken. Deze brief werd echter wegens onbestelbaarheid teruggezonden, waarna het griffierechtverzoek per gewone brief naar het adres van belanghebbende is verzonden.
Ondanks een bericht in het digitale dossier en een notificatie via e-mail op 17 mei 2022, heeft belanghebbende geen gebruik gemaakt van de gelegenheid om te verklaren waarom het griffierecht niet was voldaan. Op grond van artikel 8:41, lid 6, Awb verklaart de Hoge Raad het beroep in cassatie daarom niet-ontvankelijk.
De Hoge Raad ziet geen aanleiding om belanghebbende te veroordelen in de proceskosten. Het arrest is gewezen door de raadsheren Feteris, Faase en Van Eijsden en op 9 september 2022 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet betaling van het griffierecht.