Uitspraak
1.Geding in cassatie
De Staatssecretaris, vertegenwoordigd door [P], heeft een verweerschrift ingediend.
Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.
Hoge Raad
Belanghebbende heeft bij de Hoge Raad beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag in een belastingzaak. De Hoge Raad heeft de ingediende middelen beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van de uitspraak van de Rechtbank. Omdat de beoordeling geen vragen van belang voor de eenheid of ontwikkeling van het recht betreft, is geen nadere motivering vereist.
De Hoge Raad heeft tevens besloten geen proceskosten toe te wijzen aan partijen. Het arrest is uitgesproken door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad in aanwezigheid van de waarnemend griffier op 9 september 2022.
Deze uitspraak bevestigt de uitspraak van de Rechtbank Den Haag en sluit het cassatieproces af zonder wijziging van het eerdere oordeel.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de Rechtbank blijft in stand.