Uitspraak
1.Geding in cassatie
De Staatssecretaris, vertegenwoordigd door [P], heeft een verweerschrift ingediend.
Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.
Hoge Raad
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen de uitspraak van de Rechtbank Den Haag in een belastingzaak. De Hoge Raad heeft de ingediende middelen beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van de uitspraak van de Rechtbank.
De Hoge Raad heeft geen motivering gegeven omdat beantwoording van de vragen niet noodzakelijk was voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie. Tevens is besloten geen proceskosten toe te wijzen.
Het arrest is op 9 september 2022 in het openbaar uitgesproken door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad. Hiermee is het beroep in cassatie ongegrond verklaard en blijft de uitspraak van de Rechtbank Den Haag in stand.
Uitkomst: Het beroep in cassatie is ongegrond verklaard en de uitspraak van de Rechtbank Den Haag blijft gehandhaafd.