Uitspraak
wonende te [woonplaats],
kantoorhoudende te [vestigingsplaats],
2.Uitgangspunten en feiten
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
9 september 2022.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
In deze zaak vordert eiser herroeping van een arrest waarin hij aansprakelijk werd gesteld voor onrechtmatig handelen jegens faillissementscrediteuren, waaronder de Belastingdienst als nagenoeg enige onbetaalde schuldeiser. Eiser baseert zijn vordering mede op nieuwe stukken die hij na het arrest heeft verkregen en die volgens hem aantonen dat de belastingaanslagen onjuist waren en door de curator zijn achtergehouden.
Het hof wees de herroeping af omdat de aanslagen formele rechtskracht hadden en de stukken niet van beslissende aard waren. De Hoge Raad oordeelt echter dat het hof een onjuiste rechtsopvatting had door te stellen dat eiser de materiële juistheid van de belastingclaim niet mocht betwisten in de civiele aansprakelijkheidsprocedure, ook al had de fiscus formele rechtskracht op de aanslagen.
Verder oordeelt de Hoge Raad dat het hof onvoldoende heeft gemotiveerd waarom het nalaten van grondig onderzoek door de curator om de stukken boven water te halen geen lichte schuld oplevert, en dat de curator geacht moet worden bekend te zijn geweest met het objectieve recht zoals vastgesteld in een eerder arrest van 2016.
De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest van het hof Amsterdam en wijst de zaak terug voor verdere behandeling en beslissing. Tevens veroordeelt hij de curator in de kosten van het cassatiegeding.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt arrest en wijst zaak terug voor verdere behandeling wegens onjuiste rechtsopvatting en onvoldoende motivering.