ECLI:NL:HR:2022:120

Hoge Raad

Datum uitspraak
4 februari 2022
Publicatiedatum
3 februari 2022
Zaaknummer
20/04034
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 426a lid 1 Rv
Verwijzingen
3 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoep wegens ontbreken handtekening advocaat

Verzoeker heeft tegen een beschikking van het gerechtshof Amsterdam beroep in cassatie ingesteld. Het verzoekschrift werd echter niet ondertekend door een advocaat bij de Hoge Raad, zoals vereist is op grond van artikel 426a lid 1 Rv. Hoewel dit verzuim hersteld had kunnen worden door het verzoekschrift binnen twee weken opnieuw in te dienen met de juiste ondertekening, heeft verzoeker hiervan geen gebruik gemaakt.

De Hoge Raad verwijst naar het procesverloop in eerdere instanties en de conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal die tot niet-ontvankelijkverklaring strekt. Gezien het ontbreken van de vereiste ondertekening en het niet herstellen daarvan, verklaart de Hoge Raad verzoeker niet-ontvankelijk in zijn cassatieberoep.

De beschikking is gegeven door de raadsheren Lock, Schaafsma en Makkink en in het openbaar uitgesproken door raadsheer Wattendorff op 4 februari 2022.

Uitkomst: Verzoeker wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn cassatieberoep wegens ontbreken van de vereiste ondertekening door een advocaat bij de Hoge Raad.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer20/04034
Datum4 februari 2022
BESCHIKKING
In de zaak van
[verzoeker],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
hierna: [verzoeker].

1.Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
de beschikkingen in de zaken C/15/276418/ FA RK 18-3929 en C/15/278485 / FA RK 18/4957 van de rechtbank Noord-Holland van 6 november 2018 en 6 februari 2019;
de beschikking in de zaak 200.258.629/01 van het gerechtshof Amsterdam van 18 augustus 2020.
[verzoeker] heeft tegen de beschikking van het hof beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal M.H. Wissink strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van [verzoeker] in zijn cassatieberoep.

2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

Het op 17 november 2020 ingekomen verzoekschrift is ingediend door [verzoeker] zelf en is niet, zoals vereist door art. 426a lid 1 Rv, ondertekend door een advocaat bij de Hoge Raad. Dit verzuim kan worden hersteld door hetzelfde verzoekschrift binnen twee weken na binnenkomst ter griffie van de Hoge Raad opnieuw in te dienen, maar nu ondertekend door een advocaat bij de Hoge Raad. Van deze mogelijkheid is geen gebruik gemaakt. Dit brengt mee dat [verzoeker] niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in zijn beroep.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart [verzoeker] niet-ontvankelijk in zijn beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren F.J.P. Lock, als voorzitter, S.J. Schaafsma en G.C. Makkink, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer H.M. Wattendorff op
4 februari 2022.