Uitspraak
wonende te [woonplaats],
2.Uitgangspunten en feiten
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
16 september 2022.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een beschikking van de rechtbank Overijssel waarin een zorgmachtiging voor de duur van twee jaar werd verleend aan betrokkene. De officier van justitie had bezwaar gemaakt tegen de duur van twee jaar, omdat betrokkene niet gedurende de afgelopen vijf jaar aaneengesloten verplichte zorg had ontvangen, hetgeen volgens artikel 6:5, aanhef en onder c, Wvggz een vereiste is voor een machtiging van twee jaar.
De rechtbank had desalniettemin een zorgmachtiging voor twee jaar toegekend. De Hoge Raad oordeelt dat de rechtbank ten onrechte geen acht heeft geslagen op de vijfjaarseis. Uit het dossier blijkt dat betrokkene pas sinds 14 september 2020 aaneengesloten verplichte zorg ontvangt, waardoor niet aan de vijfjaarseis wordt voldaan.
De Hoge Raad vernietigt daarom de beschikking voor zover de machtiging voor twee jaar is verleend en beperkt de duur van de zorgmachtiging tot twaalf maanden, conform artikel 6:5, aanhef en onder b, Wvggz. Hiermee wordt voldaan aan de wettelijke eisen voor een aansluitende zorgmachtiging zonder de vijfjaarseis.
De uitspraak benadrukt het belang van strikte naleving van de voorwaarden voor de duur van zorgmachtigingen en bevestigt dat de rechter niet verder mag gaan dan de wet toestaat bij het verlenen van dergelijke machtigingen.
Uitkomst: De Hoge Raad beperkt de duur van de zorgmachtiging tot twaalf maanden wegens niet voldoen aan de vijfjaarseis voor een machtiging van twee jaar.