Uitspraak
1.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie
.Uit het beroepschrift in cassatie blijkt dat het cassatieberoep is ingesteld door een beroepsmatig optredende rechtsbijstandverlener namens [X] B.V. te [Z].
Hoge Raad
In deze zaak heeft J.C.P. Geerts namens [X] B.V. beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Het beroepschrift werd echter niet digitaal ingediend via het verplichte webportaal van de Hoge Raad, maar per aangetekende brief.
De griffier van de Hoge Raad heeft de indiener bij aangetekende brief verzocht het beroepschrift alsnog digitaal in te dienen binnen zes weken. Ondanks ontvangst van deze brief is hieraan geen gevolg gegeven.
Op grond van artikel 8:36a, lid 5, van de Algemene wet bestuursrecht verklaart de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. Er is geen veroordeling in proceskosten opgelegd. Het arrest is uitgesproken op 16 september 2022 door de raadsheren Feteris, Faase en van Eijsden.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-naleving van de digitale indieningsplicht.