ECLI:NL:HR:2022:1263

Hoge Raad

Datum uitspraak
20 september 2022
Publicatiedatum
20 september 2022
Zaaknummer
21/01385
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 Wet op de rechterlijke organisatieArt. 287 Sr
Verwijzingen
4 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatie in doodslagzaak Amsterdam 2017

In deze zaak stond de verdachte terecht voor doodslag op een 72-jarige man in Amsterdam in 2017. De verdachte werd door het gerechtshof Amsterdam veroordeeld. Hij stelde cassatieberoep in tegen het arrest van het hof.

De Hoge Raad heeft het cassatiemiddel van de verdachte beoordeeld, waarin onder meer klachten over het bewijs en het alternatieve scenario werden aangevoerd. De advocaat-generaal concludeerde tot verwerping van het beroep, waarop de raadsman van de verdachte schriftelijk reageerde.

De Hoge Raad oordeelde dat de klachten niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof. Omdat beantwoording van de vragen niet noodzakelijk was voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, werd geen nadere motivering gegeven.

De Hoge Raad heeft het cassatieberoep verworpen en het arrest van het gerechtshof Amsterdam bevestigd. Hiermee blijft de veroordeling van de verdachte voor doodslag in stand.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de verdachte is verworpen en de veroordeling voor doodslag bevestigd.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer21/01385
Datum20 september 2022
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 16 maart 2021, nummer 23-001459-19, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1972,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J.C. Reisinger, advocaat te Utrecht, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal P.M. Frielink heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadsman van de verdachte heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2.Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren M. Kuijer en T. Kooijmans, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
20 september 2022.