Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
20 september 2022.
Hoge Raad
In deze zaak stond een 12-jarige verdachte terecht voor meermalen gepleegde ontucht met zijn 8-jarige pleegzus en 5-jarige pleegbroer. Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden had de verdachte veroordeeld op basis van verklaringen van de aangevers en aanvullend bewijs.
De verdachte stelde in cassatie onder meer het bewijsminimum en de toepassing van het zogenoemde 'unus testis' principe ter discussie, waarbij de vraag centraal stond of de verklaringen van de beide aangevers voldoende steun vonden in ander bewijs. De advocaat-generaal adviseerde het cassatieberoep te verwerpen.
De Hoge Raad oordeelde dat de klachten van de verdachte niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof en dat het niet nodig was om de motivering nader toe te lichten. Het beroep werd derhalve verworpen, waarmee de veroordeling in stand bleef.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de veroordeling van de 12-jarige verdachte voor ontucht met pleegkinderen.