ECLI:NL:HR:2022:1264

Hoge Raad

Datum uitspraak
20 september 2022
Publicatiedatum
20 september 2022
Zaaknummer
21/02306
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 244 SrArt. 247 SrArt. 342 lid 2 SvArt. 81 lid 1 RO
Verwijzingen
6 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatie in jeugdige zedenzaak wegens ontucht met pleegkinderen

In deze zaak stond een 12-jarige verdachte terecht voor meermalen gepleegde ontucht met zijn 8-jarige pleegzus en 5-jarige pleegbroer. Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden had de verdachte veroordeeld op basis van verklaringen van de aangevers en aanvullend bewijs.

De verdachte stelde in cassatie onder meer het bewijsminimum en de toepassing van het zogenoemde 'unus testis' principe ter discussie, waarbij de vraag centraal stond of de verklaringen van de beide aangevers voldoende steun vonden in ander bewijs. De advocaat-generaal adviseerde het cassatieberoep te verwerpen.

De Hoge Raad oordeelde dat de klachten van de verdachte niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof en dat het niet nodig was om de motivering nader toe te lichten. Het beroep werd derhalve verworpen, waarmee de veroordeling in stand bleef.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de veroordeling van de 12-jarige verdachte voor ontucht met pleegkinderen.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer21/02306 J
Datum20 september 2022
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 1 juni 2021, nummer 21-004686-20, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2006,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft S.F.W. van 't Hullenaar, advocaat te Arnhem, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal B.F. Keulen heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren M. Kuijer en T. Kooijmans, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
20 september 2022.