Conclusie
middelbevat de klacht dat het (kennelijk) oordeel van het hof dat het bewijs dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan niet alleen kan worden aangenomen op grond van hetgeen [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] hebben verklaard maar dat de door hen gereleveerde feiten en omstandigheden voldoende steun vinden in ander gebezigd bewijsmateriaal, zonder nadere motivering, die ontbreekt, niet begrijpelijk is en/of dat het oordeel van het hof dat de verklaringen van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] zodanig voldoende specifiek zijn dat deze de betrouwbaarheidswaarde van beide verklaringen over en weer vergroten, zonder nadere motivering, die ontbreekt, niet begrijpelijk is.
Beoordeling door de rechtbankAan verdachte is ten laste gelegd dat hij in de periode van 1 september 2018 tot en met 11 december 2018 seksuele handelingen heeft gepleegd met de toen achtjarige [slachtoffer 1] en vijfjarige [slachtoffer 2], die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam. Verdachte woonde in die periode als pleegkind bij [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2], de biologische kinderen van de pleegouders, in huis in [plaats]. Beide kinderen hebben verteld dat de seksuele handelingen meerdere keren hebben plaatsgevonden. Verdachte ontkent stellig dat er op seksueel gebied iets is gebeurd tussen hem en de kinderen. Hun verklaringen staan dus lijnrecht tegenover elkaar.
'neem in je mond’, ‘
doe je mond open anders ga ik je veel pijn doen’. [slachtoffer 1] heeft verklaard dat zij dit toen deed en dat het heel vies was. Toen zei verdachte dat zij even haar tanden moest poetsen. Dat [slachtoffer 1] verdachtes piemel in haar mond moest doen, is één of twee keer gebeurd. Verdachte deed zijn broek naar beneden en haalde zijn piemel eruit. Op de vraag hoe zijn piemel eruit zag, antwoordt [slachtoffer 1]: ‘
uhm... heel sterk, hij is niet slap'. Ze beschrijft dat de piemel recht was en wijst daarbij met een hand vanuit haar kruis recht naar voren. Ook beschrijft [slachtoffer 1] dat er ter hoogte van zijn kruis bruine haartjes zaten. Verdachte stond en [slachtoffer 1] zat op bed. [slachtoffer 1] heeft hierover verklaard: ‘
ik moest likken en ik moest lang mijn mond ertegen aanhouden'. Verdachte had gezegd dat ze dit moest doen. [5] Op de vraag wat er met de piemel van verdachte gebeurde toen [slachtoffer 1] zijn piemel likte, maakt zij ter hoogte van haar kruis een op en neergaande/trekkende beweging waarbij zij vertelt dat verdachte dat ook heel vaak deed met zijn piemel. [slachtoffer 1] heeft hierover verteld dat er toen een beetje water, gewoon normaal wit van kleur, uitkwam en dat het een beetje naar plas rook. Toen het op zijn knieën kwam, pakte verdachte een doekje en maakte hij het schoon. Het is ook een keer op de kleren en op de hand van [slachtoffer 1] terecht gekomen. [6]
staat hij zo... en douwde die zo er in, en dat deed heel, heel, heel, heel veel pijn’. Op de vraag waar verdachte dan in douwde, zegt [slachtoffer 1] ‘hier’ waarbij zij haar benen spreidt en naar haar kruis wijst. Als wordt gevraagd wat dat voor gaatje is en wat je daarmee kunt, antwoordt [slachtoffer 1]: ’
oh ja, een baby’tje krijgen’. Terwijl verdachte zijn piemel naar binnen duwde, trok hij aan de schouders van [slachtoffer 1] en zei
'ontspan, ontspan’. Dit gebeurde in de kamer van verdachte. [slachtoffer 1] heeft tegen verdachte gezegd dat zij het niet wilde waarop verdachte zei dat het moest. [slachtoffer 1] is toen naar haar kamer gerend. [8]
dan moest ik het voelen... steeds heen en weer’. Over de piemel van verdachte heeft [slachtoffer 2] verklaard dat hij hele grote haren had en dat het kriebelde. Op de vraag waar het kriebelde, wijst [slachtoffer 2] naar zijn mond. [10]
Handgeschreven briefjes
[verdachte] heeft mij erg zeer gedaan onder mijn oksels en dreigt dat als ik wat zou zeggen, dan laat [verdachte] iemand komen om jou te vermoorden’. Dit briefje heeft [betrokkene 1] in zijn broekzak gestoken, maar is hij vervolgens kwijtgeraakt. Na het eten schreef [betrokkene 1] een briefje terug aan [slachtoffer 1] met de vraag waarom verdachte haar pijn had gedaan onder haar oksels. [betrokkene 1] is daarna met verdachte naar zijn voetbaltraining gegaan. [11]
'Hoi [slachtoffer 1] wat is er gebeurd met [verdachte]? Hij heeft je pijn gedaan onder je oksel omdat?’ [slachtoffer 1] pakte de pen en schreef op: ‘
omdat ik mijn broek moest uit doen’. [betrokkene 2] vroeg toen wat er was gebeurd, waarna [slachtoffer 1] antwoordde: ‘
ik mag het niet zeggen van hem, anders moet hij de deur uit zegt hij en weer naar een groep en krijg ik weer nachtmerries’. Toen [betrokkene 2] vroeg hoe dat dan precies ging, antwoordde [slachtoffer 1] dat verdachte haar broek omlaag deed en dat hij haar bij de voorbillen en achterbillen likte. [slachtoffer 1] vertelde ook dat zij een keer boos werd, omdat hij haar pijn deed onder haar oksels: ‘
Ik wilde mijn broek niet uit en zei nee nee nee en toen pakte hij mij beet met zijn vingers onder mijn oksels en moest ik op hem zitten, hij haalde zijn piemel uit zijn broek en deed hij me pijn’. Vervolgens vroeg [slachtoffer 1] om een stift en een papiertje en zei tegen haar moeder dat zij iets ging opschrijven wal zij niet aan haar vader mocht vertellen. Ze schreef op: '
Ik moest ook [verdachte] 's piemel vasthouden en met mijn mond op zijn piemel zitten. En hoorde van [slachtoffer 2] dat hij ook met zijn mond op [verdachte] piemel moest zitten en hem in zijn mond moest doen’. [slachtoffer 1] zei dal het de eerste keer was dat het zo erg was, maar dat verdachte wel vaker zijn piemel in haar voorbillen duwde, soms met broek aan en soms met broek uit.
[verdachte] zij dat hij een ... [voor de rechtbank onleesbaar] er bij ging halen en jou dood maakt.
De auditu verklaringen
Dat klopt, hij pakte eerst mijn piemel, toen zijn piemel, dit moest ik heel lang doen, totdat er druppels uit kwamen. Er kwam veel vocht uit en het smaakte vies. Het is heelvaak gebeurd. Als ik nee zei, dan moest ik doorgaan'. Als [slachtoffer 2] deed wat verdachte wilde, dan kreeg hij Ducky's van verdachte. Volgens [betrokkene 2] klopt dit achteraf gezien wel, omdat [slachtoffer 2] de laatste tijd steeds rond liep met dikke pockets Donald Ducks. [15]
Gedragsveranderingen bij [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2]
nietuit eigen ervaring hebben verteld. De door hen specifiek benoemde zaken op seksueel gebied kunnen zij naar het oordeel van de rechtbank niet anders weten dan doordat zij dit zelf hebben meegemaakt zoals zij daarover hebben verklaard. De verklaringen van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] bieden over en weer ondersteuning voor elkaars verhaal. De rechtbank waardeert dit bewijs anders dan de verdediging en is van oordeel dat de verklaringen van beide kinderen wel degelijk voldoende specifiek zijn om als steunbewijs te worden meegenomen. In dit kader acht de rechtbank het verhaal over de 'Duckjes' een sprekend en opvallend detail.
‘Primair
De verklaringen van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] bieden over en weer ondersteuning voor elkaars verhaal. De rechtbank waardeert dit bewijs anders dan de verdediging en is van oordeel dat de verklaringen van beide kinderen wel degelijk voldoende specifiek zijn om als steunbewijs te worden meegenomen. In dit kader acht de rechtbank het verhaal over de 'Duckjes' een sprekend en opvallend detail".
Subsidiair
NJ2012/251 m.nt. Schalken was sprake van seksueel binnendringen van het slachtoffer door haar grootvader. Het steunbewijs bestond volgens de bewijsoverweging van het hof in de eerste plaats uit een dagboekaantekening van aangeefster. Het hof had van belang geacht dat deze aantekening niet door het slachtoffer zelf naar voren waren gebracht, maar bij toeval door haar moeder was gevonden en dat het slachtoffer eerst daarna omtrent het seksuele misbruik door de verdachte had verklaard. De dagboekaantekening werd volgens het hof bovendien in belangrijke mate ondersteund door de verklaringen van de moeder van de verdachte en de verdachte, voor zover daarin werd bevestigd dat de bewuste logeerpartijen hadden plaatsgevonden. ‘s Hofs beslissing dat de verklaringen van het slachtoffer in voldoende mate werden ondersteund door andere bewijsmiddelen werd door Uw Raad in stand gelaten. [28]
NJ2014/328 m.nt. Rozemond. De ten laste van de verdachte bewezenverklaarde mishandeling bestond er onder meer in dat hij het slachtoffer opzettelijk tegen haar buik had gestompt terwijl zij zwanger was. De bewezenverklaring berustte mede op de verklaring van een buurman, inhoudend dat de aangeefster een keer tijdens haar zwangerschap niet alleen huilend, maar ook verkrampt met haar handen op haar buik aan de voordeur stond (waarbij zij zei: ‘Hij gaat weer door het lint, hij heeft mij in mijn buik geschopt.’). Van een ten tijde van het plegen van het feit waargenomen emotionele reactie was sprake in HR 9 december 2014, ECLI:NL:HR:2014:3549,
NJ2015/485 m.nt. Borgers. Ten laste van de verdachte was bewezenverklaard dat hij het slachtoffer telefonisch had bedreigd. De bewezenverklaring berustte mede op de verklaring van de moeder van het slachtoffer, die zag dat zij tijdens het telefoongesprek ‘hysterisch werd’ en ‘alleen nog maar (kon) huilen’. Van schending van art. 342, tweede lid, Sv was naar het oordeel van Uw Raad in beide gevallen geen sprake. [29]
NJ2010/515 m.nt. Borgers was bewezenverklaard dat de verdachte met het minderjarige slachtoffer ontuchtige handelingen had gepleegd. Onder de bewijsmiddelen was onder meer een verklaring van een leerkracht opgenomen die, nadat zij vernomen had dat het slachtoffer ‘waarschijnlijk seksueel misbruikt’ was, merkte ‘dat ze wat aanhankelijker werd en knuffeliger’. Uw Raad overwoog dat ’s hofs kennelijk oordeel dat er voldoende steunbewijs was zonder nadere motivering niet begrijpelijk was. En betrok daarbij dat de nadere motivering betrekking had op de betrouwbaarheid van de verklaring van het slachtoffer. A-G Harteveld leidt uit (onder meer) dit arrest af dat ‘eigen observaties van de overbrenger (…) betrekking moeten hebben op een fysieke, liefst objectief vast te stellen toestand en niet op slechts een gedragsverandering’. [30] In ieder geval in samenhang met ander ondersteunend bewijs kunnen evenwel ook waargenomen gedragsveranderingen meebrengen dat de verklaring van het slachtoffer niet op zichzelf staat en voldoende steun vindt in ander bewijsmateriaal. [31]