ECLI:NL:HR:2022:1272

Hoge Raad

Datum uitspraak
18 oktober 2022
Publicatiedatum
21 september 2022
Zaaknummer
21/02600
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 312 SrArt. 417bis SrArt. 81 lid 1 RO
Verwijzingen
6 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep in zaak straatroof en schuldheling scooter

De zaak betreft een cassatieberoep van de verdachte tegen het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 22 juni 2021. De verdachte werd veroordeeld voor straatroof met zwaar lichamelijk letsel en schuldheling van een scooter. Het cassatieberoep richtte zich onder meer op de bewezenverklaring van medeplegen, de constatering van een vormverzuim, de strafoplegging en de bewezenverklaring van schuldheling.

De Hoge Raad oordeelde dat de klachten van de verdachte niet konden leiden tot vernietiging van het arrest van het hof. De Raad vond het niet noodzakelijk om de grieven inhoudelijk te motiveren, omdat deze niet van belang waren voor de eenheid of ontwikkeling van het recht. Eerder had de Hoge Raad de verdachte ontvankelijk verklaard in het cassatieberoep en de advocaat-generaal de gelegenheid gegeven zich uit te laten over de middelen.

Uiteindelijk verwierp de Hoge Raad het beroep en bevestigde daarmee het arrest van het hof. De uitspraak werd gedaan door de vice-president en twee raadsheren tijdens een openbare terechtzitting op 18 oktober 2022.

Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de veroordeling voor medeplegen straatroof en schuldheling scooter.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer21/02600 J
Datum18 oktober 2022
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 22 juni 2021, nummer 21-002357-20, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2003,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

1.1
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft A. Boumanjal, advocaat te Utrecht, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
1.2
De Hoge Raad heeft bij arrest van 21 juni 2022, ECLI:NL:HR:2022:909, de verdachte ontvankelijk geacht in het cassatieberoep en geoordeeld dat de advocaat-generaal, die had geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het beroep, in de gelegenheid behoort te worden gesteld zich uit te laten over de voorgestelde cassatiemiddelen.
1.3
De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft bij aanvullende conclusie geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
1.4
De raadsman van de verdachte heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2.Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en M. Kuijer, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
18 oktober 2022.