Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Uitgangspunten in cassatie
De als gevolg van deze correcties méér verschuldigde bpm heeft hij van belanghebbende nageheven (in totaal € 9.779) en daarbij belanghebbende - op grond van artikel 67c AWR - een boete van tien procent van het nageheven bedrag opgelegd.
3.De oordelen van het Hof
Het Hof heeft voor een van deze personenauto’s geoordeeld dat aannemelijk is dat het waardeverminderende effect van die schade honderd procent van de gecalculeerde herstelkosten bedraagt.
Voor de resterende acht personenauto’s heeft het Hof geoordeeld dat met de taxatierapporten niet aannemelijk is gemaakt dat de waardevermindering als gevolg van beschadigingen gelijk is aan de gecalculeerde herstelkosten. Het Hof heeft in enkele van die gevallen een deel van de gecalculeerde herstelkosten buiten beschouwing gelaten en vervolgens van het wel in aanmerking te nemen deel 72 procent aangemerkt als waardedrukkend op de koerslijstwaarde. In de resterende gevallen heeft het Hof 72 procent van de gecalculeerde herstelkosten in aanmerking genomen als waardevermindering ten opzichte van de koerslijstwaarde.
4.Beoordeling van de klachten
,weergegeven oordelen van het Hof. Zij voeren aan dat het Hof - in navolging van de Rechtbank - ten onrechte bij de waardeschatting van een aantal auto’s tweemaal rekening houdt met het verdwijnen van sporen van normaal gebruik (dubbeltelling).
Gelet op hetgeen hiervoor in 4.2.5 is overwogen, geven die oordelen van het Hof niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting. Zij kunnen, als verweven met waarderingen van feitelijke aard, voor het overige door de Hoge Raad in de cassatieprocedure niet op juistheid worden onderzocht.
5.Overschrijding van de redelijke termijn in de cassatieprocedure
.Wat betreft de naheffingsaanslag leidt dit niet tot toekenning van een vergoeding voor immateriële schade, omdat belanghebbende daarom niet heeft verzocht. Ook wat betreft de boete ziet de Hoge Raad geen aanleiding om aan de overschrijding van de redelijke termijn in de cassatiefase gevolgen te verbinden. Omdat de boete minder beloopt dan € 1.000 is met de enkele vaststelling dat inbreuk is gemaakt op artikel 6 EVRM Pro, de verdragsschending voldoende gecompenseerd.