Uitspraak
wonende te [woonplaats],
1.Procesverloop
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
23 september 2022.
Hoge Raad
Betrokkene heeft cassatieberoep ingesteld tegen een beschikking van de rechtbank Overijssel van 21 maart 2022, waarin een zorgmachtiging voor verplichte zorg voor de duur van twee jaar was toegekend. De officier van justitie heeft geen verweerschrift ingediend. De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het cassatieberoep.
De Hoge Raad heeft de klachten van betrokkene beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van de beschikking. De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om de motivering van dit oordeel te geven, omdat de beoordeling geen vragen van belang voor de eenheid of ontwikkeling van het recht bevatte, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.
Daarom heeft de Hoge Raad het cassatieberoep verworpen en de beschikking van de rechtbank in stand gelaten. De uitspraak werd gedaan door de raadsheren Tanja-van den Broek, Sieburgh, ter Heide en uitgesproken door Lock.
Uitkomst: Het cassatieberoep van betrokkene is verworpen en de beschikking van de rechtbank blijft in stand.