ECLI:NL:HR:2022:1294
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond in belastingzaak tegen Staatssecretaris van Financiën
Belanghebbende, een besloten vennootschap, had verzet aangetekend tegen een uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in een belastingrechtelijke procedure. Na behandeling van het verzet heeft het Hof op 14 december 2021 uitspraak gedaan. Belanghebbende stelde vervolgens beroep in cassatie in bij de Hoge Raad en diende meerdere middelen in ter onderbouwing van het cassatieberoep.
De Staatssecretaris van Financiën diende een verweerschrift in, waarna belanghebbende een conclusie van repliek indiende. De Hoge Raad heeft de ingediende middelen beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest van het Hof. Omdat de beoordeling geen vragen van belang voor de eenheid of ontwikkeling van het recht opleverde, was een nadere motivering niet vereist.
De Hoge Raad zag geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen en verklaarde het cassatieberoep ongegrond. Het arrest werd uitgesproken door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad op 23 september 2022.
Uitkomst: Het cassatieberoep van belanghebbende is ongegrond verklaard en het arrest van het Hof blijft in stand.