Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
3.Beoordeling van het tweede en het derde cassatiemiddel
4.Beslissing
27 september 2022.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
De zaak betreft een verdachte die op 4 april 2013 producten van beschermde inheemse diersoorten, waaronder een huid van een ree en dode vogels, onder zich had. Destijds golden de Flora- en Faunawet en het Besluit prepareren van dieren. Tijdens het hoger beroep waren de Wet natuurbescherming en de Regeling Natuurbescherming in werking getreden, waarin onder meer vrijstellingen voor preparatie zijn opgenomen.
De verdachte stelde zich op het standpunt dat het hof ten onrechte geen toepassing had gegeven aan de vrijstellingsbepalingen van de Regeling Natuurbescherming. De Hoge Raad oordeelt dat artikel 1.2 Sr bepaalt dat een wetswijziging die na het begaan van het feit is ingevoerd alleen van toepassing is indien deze een verandering van inzicht van de wetgever over de strafwaardigheid van het feit inhoudt. In dit geval betreft het een praktische modernisering van de regeling, geen wijziging in strafwaardigheid.
De Hoge Raad bevestigt dat het hof terecht heeft geoordeeld dat de vrijstelling voor preparatie niet met terugwerkende kracht geldt voor feiten gepleegd vóór de wetswijziging. Het cassatieberoep wordt verworpen. Hiermee blijft het arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 20 januari 2021 in stand.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt verworpen; de vrijstelling voor preparatie geldt niet voor vóór wetswijziging gepleegde feiten.