Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
3.Beslissing
27 september 2022.
Hoge Raad
In deze zaak stond de verdachte terecht voor medeplegen van poging zware mishandeling, gepleegd in 2021 in Amsterdam. De verdachte zou een ander hebben geslagen met een loopkruk en een lachgastank en met een mes in de buik hebben gesneden tijdens het uitlaten van diens hond.
De verdachte stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het gerechtshof Amsterdam, maar heeft geen cassatiemiddelen ingediend binnen de wettelijke termijn. Hierdoor kon de Hoge Raad het beroep niet inhoudelijk behandelen.
Op grond van artikel 437 lid 2 van Pro het Wetboek van Strafvordering verklaarde de Hoge Raad het cassatieberoep niet-ontvankelijk. Het arrest werd uitgesproken door raadsheer C. Caminada op 27 september 2022.
Uitkomst: Cassatieberoep niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van cassatiemiddelen.