In deze civiele zaak heeft Baer Castle International N.V. (BCI) cassatieberoep ingesteld tegen het arrest van het gerechtshof Den Haag van 4 mei 2021. Het geschil betreft een beroep op dwaling wegens een gestelde oplichtingsconstructie. De Hoge Raad verwijst voor het procesverloop naar eerdere uitspraken van de kantonrechter en het hof.
De Hoge Raad heeft de klachten van BCI over het arrest van het hof beoordeeld, waaronder klachten over de toepassing van de tweeconclusieregel en het gezag van gewijsde in relatie tot een Belgische rechterlijke uitspraak. De Hoge Raad oordeelt dat deze klachten niet leiden tot vernietiging van het arrest en dat motivering niet noodzakelijk is omdat het geen vragen betreft die van belang zijn voor de rechtsontwikkeling.
De Hoge Raad wijst het cassatieberoep af en veroordeelt BCI in de kosten van het cassatiegeding. Hiermee wordt het arrest van het hof bekrachtigd en blijft de eerdere beoordeling van het beroep op dwaling in stand.