ECLI:NL:HR:2022:1369

Hoge Raad

Datum uitspraak
7 oktober 2022
Publicatiedatum
6 oktober 2022
Zaaknummer
21/02821
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt arrest over uitleg opfokovereenkomst kalveren en fosfaatrechtenverdeling

In deze zaak stond de uitleg van een opfokovereenkomst voor kalveren centraal, met name of partijen een verdeling van fosfaatrechten waren overeengekomen en de rechtsgevolgen van het voortijdig weghalen van kalveren. De zaak betrof een geschil tussen een melkveebedrijf V.O.F. en meerdere eisers tegen een verweerder.

De procedure begon bij de rechtbank Overijssel met vonnissen in 2018 en 2019, waarna het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in 2020 en 2021 arresten wees. De eisers stelden beroep in cassatie in tegen het arrest van het hof van 6 april 2021.

De Hoge Raad heeft het cassatieberoep beoordeeld en geoordeeld dat de klachten niet leiden tot vernietiging van het hofarrest. De Hoge Raad achtte het niet nodig om de motivering te geven, omdat de vragen niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 RO Pro.

De Hoge Raad verwerpt het beroep en veroordeelt de eisers in de kosten van het cassatiegeding, begroot op €2.177,34 aan verschotten en €2.200 aan salaris. Het arrest is gewezen door de vicepresident en raadsheren en in het openbaar uitgesproken door een raadsheer op 7 oktober 2022.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof bevestigd.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer21/02821
Datum7 oktober 2022
ARREST
In de zaak van
1. [melkveebedrijf] V.O.F.,
gevestigd te [vestigingsplaats],
2. [eiser 2],
wonende te [woonplaats],
3. [eiser 3],
wonende te [woonplaats],
4. [eiser 4],
wonende te [woonplaats],
EISERS tot cassatie,
hierna gezamenlijk: [eisers],
advocaat: J. de Jong van Lier,
tegen
[verweerder],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
hierna: [verweerder],
advocaat: K. Aantjes.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
de vonnissen in de zaak C/08/197326 / HA ZA 17-50 van de rechtbank Overijssel van 9 mei 2018, 8 mei 2019 en 10 juli 2019;
de arresten in de zaak 200.264.812/01 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 3 maart 2020 en 6 april 2021.
[eisers] hebben tegen het arrest van 6 april 2021 van het hof beroep in cassatie ingesteld.
[verweerder] heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal M.H. Wissink strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eisers] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2.Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad:
  • verwerpt het beroep;
  • veroordeelt [eisers] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op € 2.177,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.V. Polak als voorzitter en de raadsheren T.H. Tanja-van den Broek en K. Teuben, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.J.P. Lock op
7 oktober 2022.