Uitspraak
1.Geding in cassatie
Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.
Hoge Raad
Belanghebbende, een besloten vennootschap, was in geschil met de Staatssecretaris van Financiën over een bedrag aan belasting op personenauto’s en motorrijwielen dat zij op aangifte had voldaan. Na een uitspraak van de Rechtbank Den Haag stelde belanghebbende hoger beroep in bij het Gerechtshof Den Haag. Dit hof deed op 15 juli 2021 uitspraak in het voordeel van de Staat.
Belanghebbende stelde vervolgens beroep in cassatie in bij de Hoge Raad. De Hoge Raad heeft de ingediende middelen beoordeeld maar geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofarrest. De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om de motivering van dit oordeel te geven, omdat de zaak geen vragen van belang voor de eenheid of ontwikkeling van het recht bevatte.
De Hoge Raad besloot het cassatieberoep ongegrond te verklaren en zag geen aanleiding om proceskosten aan de zijde van belanghebbende toe te wijzen. Hiermee kwam een einde aan de procedure in cassatie, waarbij de eerdere uitspraak van het Gerechtshof Den Haag in stand bleef.
Uitkomst: Het cassatieberoep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en het arrest van het Gerechtshof Den Haag blijft in stand.