ECLI:NL:HR:2022:1384

Hoge Raad

Datum uitspraak
7 oktober 2022
Publicatiedatum
6 oktober 2022
Zaaknummer
21/03506
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake belasting personenauto’s en motorrijwielen

Belanghebbende, een besloten vennootschap, had beroep ingesteld tegen uitspraken van de Rechtbank Den Haag en het Gerechtshof Den Haag over door haar op aangifte betaalde belasting op personenauto’s en motorrijwielen. Na behandeling van het cassatieberoep heeft de Hoge Raad de ingediende middelen beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofarrest.

De Hoge Raad motiveert zijn oordeel niet inhoudelijk, omdat de beoordeling geen vragen betreft die van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, zoals bepaald in artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie. Tevens is geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen.

Het arrest van de Hoge Raad is gewezen door de vice-president als voorzitter en twee raadsheren, en in het openbaar uitgesproken op 7 oktober 2022. Hiermee is het cassatieberoep ongegrond verklaard, waarmee de uitspraak van het hof in stand blijft.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en het arrest van het Gerechtshof Den Haag blijft in stand.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
BELASTINGKAMER
Nummer21/03506
Datum7 oktober 2022
ARREST
in de zaak van
[X] B.V. te [Z] (hierna: belanghebbende)
tegen
de STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN
op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof Den Haag van 15 juli 2021, nrs. BK-21/00067 tot en met BK-21/00069 [1] , op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag (nrs. SGR 19/3936, SGR 19/3938 en SGR 19/3939) betreffende door belanghebbende op aangifte voldane bedragen aan belasting van personenauto’s en motorrijwielen.

1.Geding in cassatie

Belanghebbende, vertegenwoordigd door A.F.M.J. Verhoeven, heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld en daarbij een aantal middelen voorgesteld.
De Staatssecretaris, vertegenwoordigd door [P], heeft een verweerschrift ingediend.
Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.

2.Beoordeling van de middelen

De Hoge Raad heeft de middelen over de uitspraak van het Hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze middelen niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze middelen is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Proceskosten

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

4.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.E. van Hilten als voorzitter, en de raadsheren E.N. Punt en M.A. Fierstra, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 7 oktober 2022.