Uitspraak
1.Geding in cassatie
Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.
Hoge Raad
Belanghebbende, een besloten vennootschap, had beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van het Gerechtshof Den Haag. Deze uitspraak betrof een hoger beroep over door belanghebbende betaalde belasting op personenauto’s en motorrijwielen. De Hoge Raad heeft de ingediende middelen beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofarrest.
De Hoge Raad heeft ervoor gekozen niet inhoudelijk te motiveren waarom de middelen niet tot cassatie leiden, omdat beantwoording van de vragen niet noodzakelijk is voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie. Tevens is besloten geen proceskosten aan belanghebbende toe te kennen.
Het arrest is gewezen door de vice-president van de Hoge Raad als voorzitter, samen met twee raadsheren, en in het openbaar uitgesproken op 7 oktober 2022. Hiermee is het beroep in cassatie ongegrond verklaard en blijft het hofarrest in stand.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en het hofarrest blijft in stand.