Uitspraak
1.Geding in cassatie
De Staatssecretaris, vertegenwoordigd door [P] , heeft een verweerschrift ingediend.
Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.
Hoge Raad
Belanghebbende was in geschil met de Staatssecretaris van Financiën over een door hem op aangifte voldaan bedrag aan belasting van personenauto's en motorrijwielen. Na een uitspraak van de Rechtbank Gelderland werd hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Dit hof deed op 21 september 2021 uitspraak in het voordeel van de Staat.
Belanghebbende stelde vervolgens beroep in cassatie in bij de Hoge Raad. De Hoge Raad heeft de ingediende middelen beoordeeld maar geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof. De Hoge Raad heeft op grond van artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie besloten niet te motiveren waarom de middelen zijn verworpen, omdat beantwoording niet noodzakelijk is voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.
De Hoge Raad heeft ook geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen en verklaart het cassatieberoep ongegrond. Hiermee komt een einde aan de procedure over de belastingheffing op personenauto's en motorrijwielen tussen belanghebbende en de Staatssecretaris van Financiën.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en het arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden blijft in stand.