ECLI:NL:HR:2022:1400
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Herstelarrest Hoge Raad over vervallen rentetermijnen in belastingzaak
In deze zaak heeft de Hoge Raad op 7 oktober 2022 een herstelarrest gewezen ter verbetering van het arrest van 15 juli 2022. De zaak betreft een cassatieberoep van de Staatssecretaris van Financiën en een incidenteel cassatieberoep van belanghebbende tegen een uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam.
De Hoge Raad constateerde ambtshalve dat in het eerdere arrest een kennelijke misslag was geslopen in de weergave van het betoog van middel IV. In het oorspronkelijke arrest werd gesteld dat het betoog inhield dat niet vaststond of zo goed als zeker was dat de vervallen rentetermijnen niet zouden worden betaald, terwijl uit het beroepschrift bleek dat juist werd betoogd dat dit wel vaststond of zo goed als zeker was.
De Hoge Raad heeft deze misslag gecorrigeerd door de betreffende passage in het arrest aan te passen, waardoor de juiste weergave van het betoog is hersteld. Het herstelarrest bevestigt daarmee de zorgvuldigheid van de Hoge Raad in het waarborgen van correcte processtukken en rechtsoverwegingen.
Het arrest is gewezen door de vice-president en vier raadsheren, en in het openbaar uitgesproken op 7 oktober 2022.
Uitkomst: De Hoge Raad herstelt ambtshalve een kennelijke misslag in het arrest van 15 juli 2022 over de beoordeling van het vaststaan van niet-betaling van vervallen rentetermijnen.