ECLI:NL:HR:2022:1413

Hoge Raad

Datum uitspraak
11 oktober 2022
Publicatiedatum
7 oktober 2022
Zaaknummer
21/01470
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 94 SvArt. 134 lid 2 SvArt. 33 RVV 1990Art. 552a Sv
Verwijzingen
6 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep wegens beëindigd beslag op elektrisch skateboard

De zaak betreft een cassatieberoep tegen een beschikking van de rechtbank Oost-Brabant inzake het beslag op een One wheel Pint, een elektrisch skateboard, dat onder de klager was genomen wegens verdenking van rijden op een voertuig dat niet door de RDW is goedgekeurd.

De klager had een klaagschrift ingediend tegen het beslag met het verzoek tot teruggave van het voorwerp. De rechtbank verklaarde dit klaagschrift ongegrond. Vervolgens stelde de klager cassatieberoep in bij de Hoge Raad.

Uit door de advocaat-generaal ingewonnen inlichtingen bleek dat het openbaar ministerie op 14 juni 2022 de teruggave van het voorwerp aan de rechthebbende had bevolen en dat de teruggave op 15 juni 2022 was geregistreerd. Hiermee was het beslag beëindigd conform artikel 134 lid 2 Wetboek Pro van Strafvordering.

De Hoge Raad oordeelde dat het cassatieberoep niet-ontvankelijk is omdat het beslag al was beëindigd door teruggave van het voorwerp. Daarom nam de Hoge Raad het cassatieberoep niet in behandeling en verklaarde het niet-ontvankelijk.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat het beslag op het elektrisch skateboard is beëindigd door teruggave.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer21/01470 B
Datum11 oktober 2022
BESCHIKKING
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Oost-Brabant van 19 januari 2021, nummer RK 20/1956, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend
door
[klager] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1995,
hierna: de klager.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de klager. Namens deze heeft E.A. Blok, advocaat te Rotterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van het beroep.

2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

2.1
Het gaat in deze zaak om de inbeslagneming onder de klager van een One wheel Pint. De rechtbank heeft het klaagschrift van de klager dat strekt tot teruggave aan hem van het inbeslaggenomen voorwerp ongegrond verklaard.
2.2
Uit door de advocaat-generaal ingewonnen inlichtingen blijkt dat het openbaar ministerie op 14 juni 2022 teruggave van het inbeslaggenomen voorwerp aan de rechthebbende heeft bevolen en dat op 15 juni 2022 de teruggave is ‘geboekt’. Hieruit volgt dat het inbeslaggenomen voorwerp is teruggegeven aan de klager.
2.3
Artikel 134 lid 2 van Pro het Wetboek van Strafvordering luidt:
“Het beslag wordt beëindigd doordat hetzij
a. het inbeslaggenomen voorwerp wordt teruggegeven, dan wel de waarde daarvan wordt uitbetaald;
(...)”
2.4
Hieruit volgt dat het beslag inmiddels is beëindigd. Daarom zal de Hoge Raad het cassatieberoep van de klager niet in behandeling nemen.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren J.C.A.M. Claassens en C. Caminada, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
11 oktober 2022.