ECLI:NL:HR:2022:1461
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond in belastingzaak tegen Staatssecretaris van Financiën
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen de uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant van 16 juli 2021, waarin het verzet van belanghebbende tegen een eerdere uitspraak van 8 oktober 2019 werd afgewezen. De Hoge Raad heeft de ingediende middelen beoordeeld maar geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van de uitspraak van de Rechtbank.
De Hoge Raad was van oordeel dat het niet nodig was om de gronden van het oordeel nader te motiveren, omdat de beoordeling geen vragen bevatte die van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, zoals bedoeld in artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
Daarnaast heeft de Hoge Raad besloten dat er geen aanleiding is om proceskosten toe te wijzen. Het arrest is gewezen door de vice-president als voorzitter en twee raadsheren, en in het openbaar uitgesproken op 14 oktober 2022.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard.