Uitspraak
1.Geding in cassatie
De Staatssecretaris, vertegenwoordigd door [P] , heeft een verweerschrift ingediend.
Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.
Hoge Raad
Belanghebbende, een besloten vennootschap, was in geschil met de Staatssecretaris van Financiën en de Staat over door haar op aangifte betaalde belasting op personenauto's en motorrijwielen. Na een uitspraak van de Rechtbank Gelderland werd hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, dat op 28 september 2021 uitspraak deed.
Belanghebbende stelde vervolgens beroep in cassatie in bij de Hoge Raad, waarbij meerdere middelen werden voorgesteld. De Staatssecretaris diende een verweerschrift in, en belanghebbende een conclusie van repliek. De Hoge Raad heeft de middelen beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof.
De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om de motivering van het oordeel te geven, omdat de vragen niet van belang waren voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie. Tevens wees de Hoge Raad een veroordeling in proceskosten af.
Het arrest is op 14 oktober 2022 in het openbaar gewezen door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad, waarmee het beroep in cassatie ongegrond werd verklaard.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en het arrest van het hof bevestigd.