ECLI:NL:HR:2022:148
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond in proceskostenzaak tegen Staatssecretaris van Financiën
Belanghebbende heeft in cassatie beroep ingesteld tegen een uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, die op haar beurt het hoger beroep behandelde tegen een uitspraak van de Rechtbank Gelderland. Het geschil betrof een verzoek van belanghebbende om een veroordeling in proceskosten.
De Hoge Raad heeft de ingediende klachten van belanghebbende beoordeeld, maar geoordeeld dat deze klachten niet leiden tot vernietiging van de uitspraak van het hof. De Hoge Raad heeft geen motivering gegeven voor dit oordeel, omdat beantwoording van de klachten niet noodzakelijk was voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
Daarnaast heeft de Hoge Raad geen aanleiding gezien om de Staatssecretaris van Financiën te veroordelen in de proceskosten. De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond en bevestigt daarmee de uitspraak van het hof.
Het arrest is gewezen door de vice-president van de Hoge Raad, M.E. van Hilten, als voorzitter, en de raadsheren E.N. Punt en M.A. Fierstra, en in het openbaar uitgesproken op 11 februari 2022.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.