ECLI:NL:HR:2022:1491
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt uitspraak Gerechtshof Amsterdam inzake Wet waardering onroerende zaken
Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam beroep in cassatie ingesteld inzake een beschikking op grond van de Wet waardering onroerende zaken. Het Hof had eerder het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Amsterdam behandeld.
De Hoge Raad heeft de aangevoerde klachten van belanghebbende beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van de uitspraak van het Hof. De Hoge Raad heeft geen nadere motivering gegeven, omdat beantwoording van de vragen niet noodzakelijk was voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
Verder heeft de Hoge Raad geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen. Het arrest is gewezen door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad en op 21 oktober 2022 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het cassatieberoep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard.