ECLI:NL:HR:2022:1494

Hoge Raad

Datum uitspraak
21 oktober 2022
Publicatiedatum
20 oktober 2022
Zaaknummer
22/01674
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6 EVRMArt. 81 lid 1 ROWet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt beroep tegen uitleveringsuitspraak Turkse nationaliteit wegens medeplichtigheid moord en drugshandel

De zaak betreft het cassatieberoep van een persoon van Turkse nationaliteit tegen een uitleveringsuitspraak van de rechtbank Gelderland van 29 april 2022. De uitlevering werd gevraagd door Turkije wegens medeplichtigheid aan moord en drugshandel.

De verdediging voerde onder meer aan dat sprake was van een flagrante schending van artikel 6 EVRM Pro, omdat stukken niet in het Turks waren vertaald, wat het recht op een eerlijk proces zou schenden. De advocaat-generaal adviseerde het beroep te verwerpen.

De Hoge Raad heeft de klachten beoordeeld maar vond geen aanleiding tot vernietiging van het vonnis. Het oordeel werd gegeven zonder nadere motivering, omdat beantwoording van de vragen niet noodzakelijk was voor de rechtsontwikkeling of rechtsuniformiteit.

Uiteindelijk werd het cassatieberoep verworpen en bleef de uitleveringsuitspraak in stand. Hiermee is de uitlevering van de opgeëiste persoon naar Turkije bevestigd.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de uitleveringsuitspraak blijft in stand.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer22/01674 U
Datum21 oktober 2022
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van de rechtbank Gelderland van 29 april 2022, nummer UTL-I-201038755, op verzoek van de Republiek Turkije tot uitlevering
van
[opgeëiste persoon],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1985,
hierna: de opgeëiste persoon.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de opgeëiste persoon. Namens deze heeft A.M. Seebregts, advocaat te Rotterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van de rechtbank beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren M.J. Borgers en T. Kooijmans, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
21 oktober 2022.