Conclusie
Inleiding
uitleveringsverzoeken
Het eerste middel en de bespreking daarvan
Het tweede middel en de bespreking daarvan
Slotsom
Parket bij de Hoge Raad
De rechtbank Gelderland verklaarde op 29 april 2022 de uitlevering van de opgeëiste persoon aan Turkije toelaatbaar vanwege verdenking van medeplichtigheid aan moord en drugshandel. De verdachte werd in Turkije aanvankelijk vrijgesproken, maar dit vonnis werd vernietigd door het Turkse Hof van Cassatie. Namens de verdachte werden twee cassatiemiddelen ingediend gericht tegen deze uitlevering.
Het eerste middel betrof de vermeende flagrante schending van artikel 6 EVRM Pro en het ontbreken van rechtsmiddelen na uitlevering. De Hoge Raad concludeerde dat uit de stukken niet blijkt dat er al een definitief schuldvonnis is in Turkije en dat het middel gebaseerd is op een verkeerde lezing van het uitleveringsverzoek. Bovendien was dit verweer niet eerder ingebracht bij de rechtbank, waardoor het niet in cassatie kan worden aangevoerd.
Het tweede middel klaagde dat de rechtbank ten onrechte niet ambtshalve de zaak aanhield om Turkse stukken te laten vertalen. De Hoge Raad oordeelde dat de verdediging voldoende gelegenheid had om de stukken te vertalen en dat het aan de verdediging is om schendingen van artikel 6 EVRM Pro te onderbouwen. Tevens werd gewezen op garanties in het uitleveringsverzoek dat het strafbare feit niet politiek van aard is. Beide middelen werden verworpen, waarmee het cassatieberoep faalde en de uitlevering bevestigd werd.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de uitlevering aan Turkije wordt bevestigd.