ECLI:NL:HR:2022:1497
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt uitspraak Gerechtshof over aanslagen inkomstenbelasting 2016-2017
Belanghebbende heeft cassatieberoep ingesteld tegen het arrest van het Gerechtshof Den Haag waarin de aanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen voor de jaren 2016 en 2017 waren bevestigd. De Hoge Raad heeft de ingediende klachten beoordeeld maar geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van de uitspraak van het hof.
De Hoge Raad heeft geen motivering gegeven voor zijn oordeel omdat de klachten niet relevant waren voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, zoals bedoeld in artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie. Tevens heeft de Hoge Raad geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen.
Het arrest is op 21 oktober 2022 in het openbaar uitgesproken door de raadsheren Boerlage, Cools en Van der Voort Maarschalk. Hiermee blijft de uitspraak van het Gerechtshof Den Haag ongewijzigd en wordt het beroep in cassatie ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en de aanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen voor 2016 en 2017 worden bevestigd.