Uitspraak
wonende te [woonplaats],
zetelende te Groningen,
2.Beoordeling van de middelen in het principale en in het incidentele beroep
3.Beslissing
in het incidentele beroep:
21 oktober 2022.
Hoge Raad
In deze zaak stond centraal de vraag of de eigenaar aanspraak kon maken op een verwachting van wijziging van de geldende bestemming van zijn perceel naar natuur, en of dit recht gaf op onteigening.
De zaak kent een lange procesgeschiedenis met meerdere vonnissen van de rechtbank Noord-Nederland tussen 2019 en 2021. De Hoge Raad heeft het cassatieberoep van de eigenaar en het incidentele cassatieberoep van de provincie beoordeeld.
De Hoge Raad oordeelde dat de klachten tegen het vonnis van de rechtbank niet leiden tot vernietiging van dat vonnis. Daarbij was het niet nodig om inhoudelijk in te gaan op de rechtsvragen, omdat deze niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht volgens artikel 81 lid 1 RO Pro.
De Hoge Raad wees het beroep van de eigenaar en het incidentele beroep van de provincie af, en veroordeelde beide partijen in de proceskosten. Hiermee blijft het vonnis van de rechtbank in stand.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en het incidentele beroep, bevestigt het vonnis van de rechtbank en veroordeelt partijen in de proceskosten.