Uitspraak
wonende te [woonplaats],
gevestigd te [vestigingsplaats].
1.Procesverloop
2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
3.Beslissing
21 oktober 2022.
Hoge Raad
Verzoekster heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een beschikking van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Volgens de Hoge Raad is het cassatieberoep niet ontvankelijk omdat de procesinleiding niet op de voorgeschreven wijze is ingediend: niet elektronisch en zonder ondertekening door een advocaat bij de Hoge Raad, zoals vereist op grond van art. 30c lid 1 Rv en art. 426a lid 1 Rv.
Hoewel verzoekster de mogelijkheid had om deze verzuimen binnen twee weken te herstellen door de procesinleiding opnieuw in te dienen volgens de wettelijke vereisten, heeft zij hier geen gebruik van gemaakt. Het argument dat zij geen advocaat kon vinden om de procesinleiding te ondertekenen en in te dienen, leidt niet tot een andere beoordeling.
De Hoge Raad verwijst voor het verloop van het geding naar eerdere uitspraken van de kantonrechter te Zutphen en het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. De beslissing is genomen door een meervoudige kamer en in het openbaar uitgesproken. De Hoge Raad volgt de conclusie van de Advocaat-Generaal tot niet-ontvankelijkverklaring van verzoekster.
Uitkomst: Verzoekster wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar cassatieberoep wegens niet-naleving van procesvereisten.