ECLI:NL:HR:2022:1604

Hoge Raad

Datum uitspraak
11 november 2022
Publicatiedatum
10 november 2022
Zaaknummer
21/04706
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 RO
Verwijzingen
4 uitgaand · 5 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep inzake partneralimentatie en terugbetaling teveel ontvangen bedrag

In deze zaak stond de vraag centraal of in een bodemprocedure een lager bedrag aan partneralimentatie kon worden vastgesteld dan in een eerder tijdens de voorlopige voorziening gesloten overeenkomst, waarbij de vrouw werd veroordeeld tot terugbetaling van het teveel ontvangen bedrag.

De vrouw had beroep in cassatie ingesteld tegen de beschikking van het hof, dat de overeenkomst over de partneralimentatie had overgenomen in de uitspraak over de voorlopige voorziening. De Hoge Raad verwijst naar eerdere uitspraken van rechtbank en hof voor het procesverloop en beoordeelt de klachten van de vrouw over de beschikking van het hof.

De Hoge Raad oordeelt dat de klachten niet leiden tot vernietiging van de beschikking en dat het niet nodig is om de motivering te geven, omdat de vragen niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht. De conclusie van de Advocaat-Generaal tot verwerping van het cassatieberoep wordt gevolgd.

Daarom verwerpt de Hoge Raad het cassatieberoep van de vrouw en bevestigt daarmee de beschikking van het hof.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de vrouw wordt verworpen en de beschikking van het hof bevestigd.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer21/04706
Datum11 november 2022
BESCHIKKING
In de zaak van
[de vrouw],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKSTER tot cassatie,
hierna: de vrouw,
advocaat: H.J.W. Alt,
tegen
[de man],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
hierna: de man,
advocaat: C.G.A. van Stratum.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
de beschikking in de zaak C/09/585092 FA RK 19-9291 van de rechtbank Den Haag van 20 november 2020;
de beschikking in de zaak 200.286.905/01 van het gerechtshof Den Haag van 11 augustus 2021.
De vrouw heeft tegen de beschikking van het hof beroep in cassatie ingesteld. De procesinleiding is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De man heeft verzocht het cassatieberoep te verwerpen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van de vrouw heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2.Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over de beschikking van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die beschikking. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren C.E. du Perron, als voorzitter, C.H. Sieburgh en H.M. Wattendorff, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.J.P. Lock op
11 november 2022.