AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Hoge Raad bevestigt invulling leemte in koopprijscorrectie aandelenoverdracht
In deze zaak stond de vraag centraal hoe een leemte in een overeenkomst over de koopprijscorrectie bij een aandelenoverdracht ingevuld moet worden. De koopprijs zou achteraf worden aangepast op basis van de jaarrekening 2005, maar de overeenkomst bevatte geen duidelijke regeling voor de vaststelling van de definitieve koopprijs.
Het hof had deze leemte ingevuld, waarna Gander c.s. in cassatie ging tegen het arrest van het hof. De Hoge Raad heeft de klachten van Gander c.s. beoordeeld maar geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest. De Hoge Raad vond het niet nodig om de motivering te geven omdat de klachten niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 ROPro.
De Hoge Raad heeft het beroep verworpen en Gander c.s. veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie. Hiermee blijft de invulling van het hof van de leemte in de koopprijscorrectie ongewijzigd van kracht.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof wordt bekrachtigd.
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer21/03552
Datum11 november 2022
ARREST
In de zaak van
1. GANDER B.V.,
gevestigd te Wieringerwerf,
2. H.P.P. HOLDING B.V.,
gevestigd te Hippolytushoef,
EISERESSEN tot cassatie,
hierna gezamenlijk: Gander c.s.,
advocaat: J.H.M. van Swaaij,
tegen
VERHEUL HOLDING B.V.,
gevestigd te Waarland,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: Verheul,
advocaat: S.M. Kingma.
1.Procesverloop in cassatie
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de vonnissen in de zaak 112866 / HA ZA 09-752 van de rechtbank te Alkmaar van 23 december 2009, 24 februari 2010, 16 juni 2010, 8 juni 2011, 18 januari 2012 en 6 juni 2012 en van de rechtbank Noord-Holland van 2 april 2014;
b. het arrest in de zaak 200.153.740/01 van het gerechtshof Amsterdam van 18 mei 2021.
Gander c.s. hebben tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld. Verheul heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, en voor Verheul mede door M.E.A. Möhring. De conclusie van de advocaat-generaal S.D. Lindenbergh strekt tot verwerping van het cassatieberoep. De advocaat van Gander c.s. heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2.Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 vanPro de Wet op de rechterlijke organisatie).
3.Beslissing
De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt Gander c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Verheul begroot op € 7.086,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien Gander c.s. deze niet binnen veertien dagen na heden hebben voldaan.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren H.M. Wattendorff, als voorzitter, A.E.B. ter Heide en F.R. Salomons, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.J.P. Lock op 11 november 2022.