ECLI:NL:HR:2022:1617

Hoge Raad

Datum uitspraak
15 november 2022
Publicatiedatum
10 november 2022
Zaaknummer
20/03014
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 437 lid 2 Wetboek van Strafvordering
Verwijzingen
3 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens niet-indienen middelen

In deze strafzaak heeft de verdachte beroep in cassatie ingesteld tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 17 september 2020. Echter, de verdachte heeft geen cassatiemiddelen ingediend binnen de daarvoor gestelde termijn. De advocaat-generaal heeft daarom geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van het beroep.

De Hoge Raad heeft vervolgens beoordeeld of het beroep ontvankelijk was. Gelet op artikel 437 lid 2 van Pro het Wetboek van Strafvordering, dat voorschrijft dat een advocaat namens de verdachte binnen een bepaalde termijn schriftelijk cassatiemiddelen moet indienen, is vastgesteld dat aan deze verplichting niet is voldaan.

Daarom heeft de Hoge Raad het beroep van de verdachte niet in behandeling kunnen nemen en verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter en de raadsheren J.C.A.M. Claassens en A.E.M. Röttgering, en uitgesproken in openbare terechtzitting op 15 november 2022.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet indienen van middelen binnen de wettelijke termijn.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer20/03014
Datum15 november 2022
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 17 september 2020, nummer 20-001640-16, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1984,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Cassatiemiddelen zijn namens deze niet voorgesteld.
De advocaat-generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het beroep in cassatie.

2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

De wet bepaalt binnen welke termijn een advocaat namens de verdachte een schriftuur met cassatiemiddelen (klachten) bij de Hoge Raad moet indienen. Aan die verplichting is niet voldaan. Het gevolg daarvan is dat de Hoge Raad het beroep van de verdachte niet in behandeling kan nemen (zie artikel 437 lid 2 van Pro het Wetboek van Strafvordering).

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren J.C.A.M. Claassens en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
15 november 2022.