ECLI:NL:PHR:2022:1064
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep wegens niet-indienen middelen
Het gerechtshof 's-Hertogenbosch heeft de verdachte in een eerdere procedure deels vrijgesproken en deels veroordeeld tot een gevangenisstraf van twee jaar. Na een herstelarrest waarin een kennelijke misslag in het dictum werd hersteld, werd cassatieberoep ingesteld door de verdachte. Echter, de verdachte heeft geen schriftuur houdende middelen van cassatie ingediend binnen de wettelijke termijn bij de Hoge Raad.
De procureur-generaal concludeert daarom dat de verdachte niet in zijn cassatieberoep kan worden ontvangen op grond van artikel 437 lid 2 Sv Pro. Dit leidt tot niet-ontvankelijkheid van het cassatieberoep. Er is tevens sprake van samenhang met andere zaken waarin ook conclusies zijn genomen.
De conclusie van de procureur-generaal strekt ertoe dat het cassatieberoep van de verdachte wordt verworpen wegens niet-ontvankelijkheid, waardoor het arrest van het hof in stand blijft.
Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn cassatieberoep wegens het niet indienen van middelen.