ECLI:NL:PHR:2022:1064

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
5 juli 2022
Publicatiedatum
14 november 2022
Zaaknummer
20/03014
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 437 lid 2 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep wegens niet-indienen middelen

Het gerechtshof 's-Hertogenbosch heeft de verdachte in een eerdere procedure deels vrijgesproken en deels veroordeeld tot een gevangenisstraf van twee jaar. Na een herstelarrest waarin een kennelijke misslag in het dictum werd hersteld, werd cassatieberoep ingesteld door de verdachte. Echter, de verdachte heeft geen schriftuur houdende middelen van cassatie ingediend binnen de wettelijke termijn bij de Hoge Raad.

De procureur-generaal concludeert daarom dat de verdachte niet in zijn cassatieberoep kan worden ontvangen op grond van artikel 437 lid 2 Sv Pro. Dit leidt tot niet-ontvankelijkheid van het cassatieberoep. Er is tevens sprake van samenhang met andere zaken waarin ook conclusies zijn genomen.

De conclusie van de procureur-generaal strekt ertoe dat het cassatieberoep van de verdachte wordt verworpen wegens niet-ontvankelijkheid, waardoor het arrest van het hof in stand blijft.

Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn cassatieberoep wegens het niet indienen van middelen.

Conclusie

PROCUREUR-GENERAAL

BIJ DE

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

Nummer20/03014
Zitting5 juli 2022

CONCLUSIE

D.J.C. Aben
In de zaak
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1984,
hierna: de verdachte.
1. Het gerechtshof 's-Hertogenbosch heeft bij arrest van 17 september 2020 de verdachte in de zaak met parketnummer 04/850428-12 vrijgesproken van het onder 2 en 5 ten laste gelegde. Tevens heeft het hof de verdachte in de zaak met parketnummer 04/804180-11 wegens elf delicten veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van twee jaar, met aftrek van voorarrest. Verder heeft het hof beslissingen genomen ten aanzien van de vorderingen van de benadeelde partijen en schadevergoedingsmaatregelen opgelegd, een en ander zoals in het arrest vermeld.
2. Op 17 september 2020 heeft het hof een herstelarrest gewezen waarbij het hof een kennelijke misslag in het dictum heeft hersteld.
3. Er bestaat samenhang met de zaken 20/02942 en 20/02943. In deze zaken zal ik vandaag ook concluderen.
4. Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte. Namens de verdachte is geen schriftuur houdende middelen van cassatie ingediend.
5. Nu de verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, kan hij ingevolge artikel 437 lid 2 Sv Pro niet in zijn cassatieberoep worden ontvangen.
6. Deze conclusie strekt ertoe dat de verdachte niet-ontvankelijk wordt verklaard in zijn cassatieberoep.
De procureur-generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG