ECLI:NL:HR:2022:1643
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk tegen uitspraak Centrale Raad van Beroep
Belanghebbende, een militaire ambtenaar, stelde beroep in cassatie in tegen een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep. Deze uitspraak betrof een hoger beroep tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag.
De Hoge Raad beoordeelde de ontvankelijkheid van het cassatieberoep en concludeerde dat op grond van artikel 78, lid 4, van de Wet op de rechterlijke organisatie geen wettelijke grondslag bestaat voor cassatie tegen uitspraken van de Centrale Raad van Beroep die betrekking hebben op militaire ambtenaren zoals bedoeld in de Militaire Ambtenarenwet 1931.
Daarom werd het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaard. De Hoge Raad zag geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen. Het arrest werd uitgesproken door de vice-president en twee raadsheren in aanwezigheid van de waarnemend griffier.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van wettelijke cassatiemogelijkheid.