ECLI:NL:CRVB:2022:795
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing sollicitatie bij defensie wegens onvoldoende werkervaring
Appellant, werkzaam bij de luchtmacht, solliciteerde op 25 februari 2019 op een NAVO-functie met standplaats in Duitsland. De staatssecretaris wees de sollicitatie af op 9 april 2019 wegens onvoldoende aansluiting van de werkervaring bij het gewenste profiel. Appellant maakte bezwaar, dat op 22 april 2020 ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit eveneens ongegrond en oordeelde dat de staatssecretaris in redelijkheid de voorkeur kon geven aan de benoemde kandidaat die voldeed aan zowel de functie-eisen als een voorkeurswens.
Appellant betoogde dat de selectiecommissie niet alle functie-eisen had onderzocht en dat de benoemde kandidaat niet aan de noodzakelijke eisen voldeed, met name op het gebied van werkervaring en opleiding. De Raad stelde vast dat de toetsing terughoudend is en dat het bestuursorgaan beoordelingsvrijheid heeft. De Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank dat de staatssecretaris de sollicitatie van appellant in redelijkheid mocht afwijzen.
De Raad concludeerde dat de benoemde kandidaat voldoende voldeed aan de functie-eisen, waaronder ervaring met Education & Training Management en een universitaire opleiding met relevante ervaring. Het betoog van appellant dat de voorkeurswens onrechtmatig was, werd verworpen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de sollicitatie bevestigd.