Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het tweede cassatiemiddel
3.Beoordeling van het derde cassatiemiddel
4.Beoordeling van de cassatiemiddelen voor het overige
5.Beslissing
15 november 2022.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch waarin verdachte werd veroordeeld voor het opzettelijk niet (voldoende) opruimen van asbesthoudende afvalstoffen in strijd met artikel 10.1 van de Wet milieubeheer.
De Hoge Raad constateerde dat het hof ten onrechte niet had vermeld dat de overtreding opzettelijk was begaan, terwijl dit uit de bewezenverklaring bleek. De Hoge Raad verbeterde deze kwalificatie en verwierp het cassatieberoep op dit punt.
Daarnaast oordeelde de Hoge Raad dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 lid 1 EVRM Pro was overschreden door vertraging in de procedure, wat leidde tot vermindering van de opgelegde gevangenisstraf van negen maanden naar acht maanden en drie weken.
De overige klachten van verdachte faalden, zodat het beroep voor het overige werd verworpen. De uitspraak werd gewezen door de vice-president en twee raadsheren en uitgesproken tijdens een openbare terechtzitting.
Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd tot acht maanden en drie weken wegens overschrijding van de redelijke termijn, met bevestiging van de opzettelijke overtreding van de Wet milieubeheer.