Conclusie
Nummer23 / 02853
Inleiding
“handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een wapen van categorie II”,alsook (parketnummer 13-845059-11, de zaak Erin) (1)
“mensenhandel, meermalen gepleegd”en (2)
“gewoontewitwassen”,alsmede (parketnummer 13-845011-13, de zaak Lavely)
“mensenhandel, terwijl de in artikel 273f, eerste lid onder 1°, 4° en 6°, van het Wetboek van Strafrecht omschreven feiten worden gepleegd door twee of meer verenigde personen, meermalen gepleegd”en
“uit gewoonte een ander uit winstbejag behulpzaam zijn bij het zich verschaffen van verblijf in Nederland en hem daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen verschaffen, terwijl hij weet dat dat verblijf wederrechtelijk is”veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van negen maanden met een proeftijd van twee jaren en een taakstraf voor de duur van 240 uren, subsidiair 120 dagen vervangende hechtenis. Daarnaast heeft het hof de benadeelde partijen niet-ontvankelijk verklaard in hun vorderingen, een en ander zoals nader omschreven in het arrest.
Het eerste middel (de zaak Erin)
“Ten aanzien van feit 2 in de zaak Erin:
“6.4 Erin
Bewijsoverwegingen met betrekking tot feit 2 in de zaak Erin (witwassen geldbedrag)
Het tweede middel (de zaak Lavely)
(lid 1 onder 1)
bovenvermelde persoon heeft gehuisvest in de [wasserij 2] aan de [a-straat 1] te [plaats] en
bovenvermelde persoon in de [wasserij 2] aan de [a-straat 1] te [plaats] de beschikking heeft gegeven over een slaapplaats bestaande uit lakens en/of dekens op de grond en
bovengenoemde persoon werkzaamheden heeft laten verrichten in de [wasserij 2] aan de [a-straat 1] te [plaats] en
bovenvermelde persoon van en naar een werkplek heeft vervoerd en doen vervoeren,
(lid 1 onder 4)
bovenvermelde persoon geen geldige verblijfsstatus had in Nederland en
verdachte aan bovenvermelde persoon heeft beloofd zijn ingehouden loon uit te betalen wanneer hij bij hem zou blijven werken, terwijl hij zijn belofte niet is nagekomen en
bovenvermelde persoon gemiddeld meer dan twaalf uur per dag en zes dagen per week heeft laten werken en ,
aan bovenvermelde persoon heeft opgedragen door te werken totdat het werk af was en
bovenvermelde persoon geen, althans zeer weinig, vrije dagen heeft gegeven,
(lid 1 onder 6°)
van bovenvermelde persoon een deel van het loon heeft ingehouden, waardoor deze persoon financieel en economisch en maatschappelijk in een afhankelijke positie van verdachte gebracht was en
aan bovenvermelde persoon geen overuren heeft uitbetaald en
bovenvermelde persoon gemiddeld meer dan twaalf uur per etmaal en zes dagen per week heeft laten werken en
bovenvermelde persoon heeft opgedragen door te werken totdat het werk af was en
bovenvermelde persoon weinig pauzes heeft gegeven en/of
verdachte aan bovenvermelde persoon heeft beloofd zijn ingehouden loon uit te betalen wanneer hij bij hem zou blijven werken, terwijl hij zijn belofte niet is nagekomen.
“6.5 Lavely
Bewijsoverwegingen met betrekking tot feit 1 primair in de zaak Lavely (artikel 273f, eerste lid sub 1°, sub 4° en sub 6°, Sr)
De eerste deelklacht van het tweede middel
eerder steeds werd opgehaald zodat [slachtoffer 1] kennelijk ergens anders dan in de wasserij heeft verbleven, terwijl uit de bewijsmiddelen ook nog eens blijkt dat [slachtoffer 1] ook bij zijn vriendin in [plaats] kon logeren”.
De tweede deelklacht
, 4°
en 6°
, van het Wetboek van Strafrecht omschreven feiten worden gepleegd door twee of meer verenigde personen, meermalen gepleegd.”
verdachte en/of zijn mededader(s)” zijn begaan. Uit de bewijsoverwegingen die het hof heeft gewijd aan het feit is evenmin op te maken of dit al dan niet “
in vereniging” is begaan. De kwalificatie wordt dus niet gedekt door de bewezenverklaring. In zoverre treft de klacht doel.
De derde deelklacht
het maken van een gewoonte” van het in artikel 197a (oud) Sr bedoelde misdrijf oplevert.
een gewoonte heeft gemaakt” van het in artikel 197a (oud) Sr bedoelde misdrijf, acht ik dan ook toereikend gemotiveerd. Daaraan doet m.i. niet af dat deze gewoonte in de bewezenverklaring niet concreet is omschreven met verwijzingen naar (de namen van) andere illegale tewerkgestelden.