ECLI:NL:HR:2022:1670
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake navorderingsaanslag inkomstenbelasting 2013
Belanghebbende was in hoger beroep gegaan tegen een uitspraak van de Rechtbank Gelderland inzake een navorderingsaanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over het jaar 2013, inclusief de daarbij gegeven beschikking inzake belastingrente.
Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft deze zaak behandeld en een uitspraak gedaan die belanghebbende vervolgens aan de Hoge Raad heeft voorgelegd in cassatie. De Hoge Raad heeft de klachten van belanghebbende tegen het hof beoordeeld en geoordeeld dat deze klachten niet leiden tot vernietiging van de uitspraak van het hof.
De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om de motivering van dit oordeel te geven, omdat de klachten geen vragen opriepen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht, zoals bedoeld in artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
De Hoge Raad heeft geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen en heeft het beroep in cassatie ongegrond verklaard, waarmee de uitspraak van het hof in stand blijft.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond en bevestigt daarmee de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.