Uitspraak
1.Geding in cassatie
De Staatssecretaris, vertegenwoordigd door [P], heeft een verweerschrift ingediend.
Hoge Raad
Belanghebbende, een besloten vennootschap, was in geschil met de Staatssecretaris van Financiën over de aanslag vennootschapsbelasting over het jaar 2012, inclusief een boetebeschikking en een beschikking inzake belastingrente. Na een uitspraak van de Rechtbank Gelderland en hoger beroep bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, stelde belanghebbende cassatieberoep in bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad heeft de ingediende klachten tegen het arrest van het hof beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofarrest. De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om de motivering van dit oordeel te geven, omdat de vragen niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
De Hoge Raad heeft geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen en verklaarde het cassatieberoep ongegrond. Hiermee blijft het arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en het arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden blijft in stand.