Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
13 december 2022.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
In deze strafzaak stond de vraag centraal of het hof ten onrechte had miskend dat het voorschrift van artikel 16.1 van het Besluit alcohol, drugs en geneesmiddelen in het verkeer (BADG) behoort tot het stelsel van strikte waarborgen bij bloedonderzoek in het kader van artikel 8 van Pro de Wegenverkeerswet 1994 (WVW 1994). De verdachte werd door het hof veroordeeld voor rijden onder invloed van cannabis en alcohol.
Het cassatieberoep richtte zich op de bewijsklacht dat het bloedonderzoek niet voldeed aan de wettelijke waarborgen, waardoor het bewijs niet had mogen worden toegelaten. De advocaat-generaal adviseerde tot verwerping van het beroep.
De Hoge Raad oordeelde dat de klachten niet konden leiden tot vernietiging van het arrest van het hof. De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om nadere motivering te geven, omdat de vragen niet van belang waren voor de eenheid of ontwikkeling van het recht. Hiermee werd bevestigd dat de waarborgen van artikel 16.1 BADG strikt moeten worden nageleefd en dat niet-naleving kan leiden tot bewijsuitsluiting.
De Hoge Raad wees het beroep af en bevestigde daarmee het oordeel van het hof Den Haag van 15 maart 2021.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling voor rijden onder invloed wordt bevestigd.