Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de cassatiemiddelen
3.Beslissing
13 december 2022.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 23 juni 2021, waarin een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel werd toegewezen aan het adres van de betrokkene. Het voordeel was verkregen door het beschikbaar stellen van valse bescheiden aan de Belastingdienst.
De Hoge Raad heeft het beroep beoordeeld en geconcludeerd dat de klachten die tegen het hof waren gericht niet leiden tot vernietiging van het arrest. Daarbij was het niet noodzakelijk om de vragen over de belastingheffing over het wederrechtelijk verkregen voordeel en het draagkrachtverweer te beantwoorden, omdat deze niet van belang waren voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.
De advocaat-generaal had geconcludeerd tot verwerping van het beroep, en de Hoge Raad heeft dit advies gevolgd. Het arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, samen met raadsheren Y. Buruma en E.S.G.N.A.I. van de Griend, en uitgesproken op 13 december 2022.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.