Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
15 november 2022.
Hoge Raad
In deze zaak stond een dodelijk verkeersongeval in Tilburg centraal waarbij twee fietsers om het leven kwamen. De verdachte werd door het gerechtshof 's-Hertogenbosch veroordeeld wegens dood door schuld in het verkeer, op grond van artikel 6 van Pro de Wegenverkeerswet 1994.
Het cassatieberoep richtte zich onder meer op de causaliteit tussen het ongeval en het inhalen door de verdachte, alsmede op een vermeende onvolkomenheid bij de beëdiging van een of meer raadsheren van het hof. De Hoge Raad heeft deze klachten beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest.
De Hoge Raad verwijst naar een eerder arrest (ECLI:NL:HR:2022:1438) waarin de kwestie van beëdiging is behandeld en acht verdere bespreking hiervan niet nodig. Het beroep wordt derhalve verworpen zonder nadere motivering, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.
De uitspraak werd gedaan door de vice-president J. de Hullu als voorzitter en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en A.L.J. van Strien op 15 november 2022.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de veroordeling van verdachte voor dood door schuld in het verkeer.