Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2022:1698

Hoge Raad

Datum uitspraak
13 december 2022
Publicatiedatum
17 november 2022
Zaaknummer
21/02221
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 ROArt. 311 SrArt. 420bis Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatie in diefstal en witwassen zaak

In deze zaak stond verdachte terecht voor diefstal door middel van braak in een woning en witwassen van een personenauto. Het gerechtshof Den Haag had verdachte veroordeeld en het beroep in cassatie richtte zich onder meer op de bewijsvoering en de kwalificatie van het witwassen.

De Hoge Raad heeft de klachten van verdachte over de bewijswaardering en de kwalificatie van het feit beoordeeld. De klachten konden niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof. De Hoge Raad vond het niet noodzakelijk om de motivering van het oordeel van het hof te geven, omdat de vragen niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.

Daarmee heeft de Hoge Raad het cassatieberoep verworpen en het arrest van het hof in stand gelaten. De uitspraak bevestigt de beoordelingsvrijheid van het hof bij bewijs en kwalificatie in strafzaken.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof blijft in stand.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer21/02221
Datum13 december 2022
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 6 april 2021, nummer 22-001348-20, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1990,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft M.G. Cantarella, advocaat te 's‑Gravenhage, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en E.S.G.N.A.I. van de Griend, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
13 december 2022.