Conclusie
Nummer22/01327
Inleiding
Het middel
Bewijsmiddelen
eerste deelklachtbetreft, moet worden vooropgesteld dat in het algemeen geldt dat een zogenoemde alternatieve bewezenverklaring toelaatbaar is voor zover de keuze uit de in de tenlastelegging alternatief vermelde kwalificaties voor de strafrechtelijke betekenis van het feit van geen belang is. Een dergelijk belang is in ieder geval aanwezig indien op de alternatieven ongelijke strafmaxima van toepassing zijn. [2] Dat betekent dat een keuze uit – zoals in de onderhavige zaak alternatief ten laste is gelegd – witwassen en eenvoudig witwassen in de bewezenverklaring niet achterwege mag blijven, omdat de in art. 420bis Sr op witwassen gestelde gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren hoger is dan de in art. 420bis.1 Sr op eenvoudig witwassen gestelde gevangenisstraf van ten hoogste zes maanden.
tweede deelklachtricht zich blijkens de toelichting tegen het oordeel van het hof dat de verdachte wist dat het op de bankrekening van [betrokkene 1] gestorte geldbedrag van misdrijf afkomstig was. Volgens de steller van het middel kan die wetenschap – daaronder ook voorwaardelijk opzet begrepen – niet uit de bewijsmiddelen volgen.