Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
De advocaat van [werknemer] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2.Beoordeling van het middel in het principale beroep
3.Beslissing
18 november 2022.
Hoge Raad
In deze zaak staat de afwikkeling van een vaststellingsovereenkomst ter beëindiging van een arbeidsovereenkomst centraal, waarbij een geschil bestaat over de identiteit van de werknemer en diens vennootschap. De procedure startte bij de rechtbank Midden-Nederland met vonnissen in juni en november 2018, waarna het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in maart 2020 en mei 2021 arrest wees. De werknemer stelde cassatieberoep in tegen het arrest van het hof van mei 2021, terwijl de wederpartij, Dierenasiel Crailo, voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep instelde.
De Hoge Raad heeft het cassatieberoep van de werknemer beoordeeld en geoordeeld dat de klachten niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof. De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om inhoudelijk in te gaan op de vragen, omdat deze niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie. Het voorwaardelijk incidentele beroep van Crailo behoeft daarom geen behandeling.
De Hoge Raad heeft het cassatieberoep verworpen en de werknemer veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie, vastgesteld op een bedrag van € 5.076,34, vermeerderd met wettelijke rente indien niet tijdig voldaan. Het arrest is gewezen door de vicepresidenten Polak en Kroeze en raadsheer Lock, en in het openbaar uitgesproken door raadsheer Lock op 18 november 2022.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de werknemer wordt verworpen en deze wordt veroordeeld in de kosten van het geding.